|
Perú
2007-2.
Laagbouw in witte lavasteen
2007.03.09, ostatnia aktualizacja
2007.03.11 Nasza Polonia
|
Het
landschap verdwijnt onder de wielen van de bus als ik wakker
word, we rijden (richting Arequipa) door de beroemde zandwoestijn
bij Nasca waar toeristen op sleeën van de hoge zandduinen af razen
en waar je met een vliegtuigje over de wereldberoemde lijnen in
het stenen landschap kunt vliegen, de herkomst van deze lijnen is
tot op de dag van vandaag nog onbekend. Daar voor zijn we de dorpen
Pisco en Paracas gepasseerd, deze twee plaatsen zijn bekent vanwege
het eiland, Islas Ballestas, en het nationaalpark, de Paracas, waar
veel dieren zoals Pinguïns en Leguanen en Flamingo’s leven, het
is bovendien een rijk archeologisch Inca gebied.
Het
ontbijt word geserveerd door de hostess aan boord, langzaam word
ik wakker en zie het landschap veranderen van bergachtig langs ravijnen
naar zandvlaktes langs de Pacific oceaan. De visserschepen die voor
de kust van enkele dorpen voor anker liggen draaien met de stroming
mee zoals een groep vogels in de lucht van windrichting veranderd,
zo in de ochtendzon is het een fascinerend schouwspel. Om de laatste
uren van deze trip nog te vullen komt de hostess op het idee om
er nog een videofilm tegenaan te gooien en kijk ik deels naar een
tekenfilm en het landschap wat voorbij glijd. De aankomst in Arequipa
is als het ontmoeten van een oude vriend, hartverwarmend en emotioneel
het is een hernieuwde kennismaking nadat ik er negen maanden terug
ben vertrokken. Ik en mijn medereizigers worden onthaald door familie
van Patricia (mijn vriendin) ze verwelkomen ons met de hartelijkheid
die alleen Zuid-Amerikanen lijken te hebben, na de nodige emotionele
begroetingen ga ik in een taxi van zakformaat naar mijn hotel, en
ook daar komt de hartelijkheid los als mijn gezicht gezien word,
ook daar ben ik negen maanden terug vertrokken.
Arequipa
is vooral bekent om de Colca Cañon en de Cotahuasi Cañon ( de diepste
van de wereld, twee keer zo diep als de Grand Cañon in de US ) de
bergen en vulcanen de Misti (5822m) de Chachani (6075m) en de Pichu
Pichu (5571m).
De Colca Cañon is te bezoeken door een twee of drie daagse trip
te maken met een locale toer organisatie, de reis behelst een tocht
door enkele authentieke dorpen en over enkele hoogvlaktes. Onderweg
krijg ik uitleg over de Llamas, Alpaca’s en de vicuñas de eerste
dag eindigt in Chivay (3700m, en 4000 inwoners) een klein dorpje
met een gezellige uitstraling.
Het
is een uitstekende plaats als uitgangspunt om voor een dag op trektocht
te gaan tussen de bergtoppen en de watervalletjes die her en der
van de rotsen afkomen.
Het
is ook heerlijk om er in het door de natuur verwarmde zwembad te
genieten van de rust en de ontspanning, om daarna lekker uit te
gaan eten en van de locale Inca muziek te genieten. Maar ik moet
eerlijk zeggen dat ik er niet zo van gecharmeerd ben het is duidelijk
een toeristen attractie waarna men met de pet rond gaat.
Op
deze hoogte is het nog al frio (koud) ook in de kamer van het plaatselijke
hotel is het
onaangenaam
koud en duik ik snel onder de dekens in de hoop snel enige warmte
te vibreren.
De
morgen begint vroeg, ik heb een hele reis voor de boeg, via kleine
nederzettingen en smalle wegen door ravijnen en langs de nodige
llamas die midden op de weg lopen begint het doel in zicht te komen.
|

Een
Lama met volkloren uitrusting

Meubels
van de rijken uit de 17e eeuw

Oma
met het famillie kapitaal op weg
Elke
zondagmorgen negen uur word de vlag gehesen in Arequipa

Een
volklorendans dans festival met prachtige kleuren
Foto’s
(c) Gerard Bouman
|
De
Colca Cañon en het punt waar regelmatig de Condor word gezien. Ik voel
me als een echte toerist als ik even later net als dertig toeristen naar
de diepten van de Cañon sta te staren om een glimp op te vangen van een
verdwaalde condor, het duurde een uur maar dan zie ik ook wat. Een Condor
zweeft, gedragen door de warme luchtstromen, over mij heen wat een spectaculair
gezicht is met zijn enorme vleugels.
Aangezien
ik aan een tijdschema vast zit word ik gedwongen na enige tijd deze gevleugelde
vriend achter me te laten en rij ik terug richting Arequipa. Een van de
bijkomstigheden in Zuid-Amerikaanse landen is het feit dat veel chauffeurs
niet al te professioneel zijn, deze keer heb ik zo’n chauffeur die me
rond rijd. Halverwege de terugreis komen we in een mistbank en komen we
tot de ontdekking dat de ruitenwissers niet werken en tot overmaat van
ramp dat ook de ruit van binnen hopeloos beslaat en niet schoon is te
krijgen.
Met
de nodige levensgevaarlijke capriolen komen we na zonsondergang terug
in Arequipa.
Doodmoe
maar met weer een ervaring rijker laat ik me achterover in bed vallen
van hotel El Caminante en maak de landing niet meer mee omdat ik dan al
in een diepe coma lig. Het hotel (El Caminante) is een vriendelijk familie
verblijf, men spreek het hoogst nodige Engels maar zijn enorm aardig en
(niet onbelangrijk) goed betaalbaar, zeven euro per nacht.
De
stad word gekenmerkt door de laagbouw in witte lava steen, door de
regelmatig voorkomende aardschokken is hoogbouw niet mogelijk vanwege
instortingsgevaar.
Zoals in vele steden in dit
land is het plaza het middelpunt van de stad, een plein waar de locale
bevolking massaal overheen paradeert. De schoenenpoetsers klampen me regelmatig
aan om mijn bergschoenen te mogen poetsen en vrouwen met prulligheden
willen me wat verkopen.
Ik
neem de volgende morgen een locale bus en ga er op uit in de wijde omgeving,
ik zit met mijn relatief lange lichaam ingeklemd tussen de kleine Peruanen
en zing mee met de Engelstalige muziek uit de jaren tachtig die uit de
radio komt zoals Cocaaain uh uh uh Cocaaain. Het geeft me een eigenaardig
gevoel als ik naar de typische Zuid-Amerikaanse gezichtjes om me heen
kijk en op de achtergrond deze westerse muziek hoor, het lijkt totaal
niet bij elkaar te passen. Een van de tradities in deze stad is om, als
je op een zaterdag trouwt, je s,avonds laat als kersvers getrouwd stel
op het plaza te laten zien en er enkele rondjes om de in het midden staande
fontein te lopen, de laatste keer zag ik er drie kersverse stellen tegelijk
achtervolgt door een cameraploeg die het vast legde voor het filmplakboek.
Gerard
Bouman
Zich kunnen verheugen in andermans vreugde
Is het ware geheim van geluk.
|