06.11.2001

 

Essays van de bekroonde schrijvers

 

Grijs is het mooist

Andrť W.M. Gerrits

 

De Italiaanse essayist Claudio Magris is net als zijn Poolse collega Adam Michnik voortdurend in de weer met grenzen, met schijnbaar vaste politieke scheidslijnen en de mythes en stereotypen die ze voortbrengen. Woensdag krijgen beiden de Erasmusprijs uitgereikt.

 

Democratie, persoonlijke verantwoordelijkheid, diversiteit, openheid en tolerantie zijn kernbegrippen in de 'gronden van verlening' van de Erasmusprijs, die Claudio Magris en Adam Michnik woensdag aanstaande in het Koninklijk Paleis te Amsterdam krijgen uitgereikt. Mooie en ongetwijfeld terechte kwalificaties, die overigens meer overeenkomst suggereren tussen de germanist en hoogleraar literatuurwetenschappen te TriŽst en de historicus en journalist te Warschau dan op basis van beider leven of werk zou kunnen worden verwacht. De Italiaan Magris is schrijver, essayist, vertaler en beoefenaar van de wetenschap. Hij heeft zich bekwaamd in vele genres en is een geweldig stilist. De Pool Michnik is vooral een activist geweest, een politieke activist. Alleen in het gedwongen isolement van de gevangenis vond hij de tijd om zijn stukken te schrijven. Van beide laureaten is nu werk gebundeld dat veelal niet eerder in het Nederlands is vertaald. Magris heeft zelf een selectie uit zijn werk gemaakt: Langs grenzen. En in Uit de belegerde stad zijn door Paul Scheffer en Gerard Rasch Michniks belangrijkste essays verzameld uit zijn dissidente jaren, vůůr de val van het communisme in Polen.

 

Magris is TriŽst. Hij is er geboren, bracht er zijn jeugd door, woonde enige jaren in Turijn en keerde terug als hoogleraar in de germanistiek. TriŽst was eens een Habsburgse havenstad, waar Romaanse, Germaanse en Slavische bevolkingsgroepen en hun religieuze tradities samenkwamen. In 1919 werd de stad Italiaans en bij het begin van de Koude Oorlog raakte ze verweesd, losgesneden van zijn achterland. Churchill plaatste zijn 'IJzeren Gordijn' van Stettin aan de Baltische Zee tot aan TriŽst aan de Adriatische kust. Microcosmi, Magris' grote roman, waarvan fragmenten in Langs grenzen zijn opgenomen, begint zoals veel van zijn werk in TriŽst, in cafť San Marco, en eindigt er. De stad is niet alleen het toneel van Magris' werk; ze staat er ook symbool voor. TriŽst is altijd een grensplaats geweest, en Magris is gefascineerd door grenzen: tussen culturen, tussen talen, tussen volkeren, tussen staten, tussen mensen, tussen leugen en waarheid. Grenzen zijn tweeledig, schrijft Magris, ambivalent. Ze zijn soms onvermijdelijk en dan weer toevallig; ze kunnen onoverbrugbaar zijn maar ook poreus, vloeibaar. Maar grenzen zijn ook noodzakelijk, benadrukt hij. Zonder grenzen geen onderscheid, geen diversiteit, geen identiteit dus. Het TriŽst van Magris bestaat niet meer. Het is in al zijn veelvormigheid verleden tijd. De Slavische bevolking is weggetrokken, de joden werden vermoord. De kleine geschiedenissen, de 'microcosmi' van Magris, zijn de menselijke maat van de vervreemding en onthechtheid die de grote geschiedenis heeft teweeggebracht.

 

Neem de arbeiders uit Monfalcone, die na de oorlog met hun families naar JoegoslaviŽ trokken om hun bijdrage te leveren aan de opbouw van het socialisme. Velen vochten al in Spanje en hadden gevangengezeten in Duitse kampen. Eenmaal in JoegoslaviŽ bleven de 'monfalconesi' trouw aan Stalin, ook nadat deze met Tito had gebroken. Dat kwam ze duur te staan. Ze werden opgepakt, het land uitgezet of erger, in concentratiekampen opgesloten. Daar liepen ze spitsroeden tussen de andere gevangen, terwijl ze 'Tito Ė Partija!, Tito Ė Partija!' moesten roepen. Eens hadden ze het socialisme belangrijker gevonden dan tot enige staat of natie te behoren. En nu hadden ze niets en waren ze nergens meer. In een van de kampen, Goli Otok, overleefde Ligio Zanini. Zanini, vertelt Magris, heeft altijd geweigerd terug te keren naar ItaliŽ. Het leek hem niet gepast te eten van het bord waarin hij eerder had gespuwd.

 

Zacht totalitarisme

 

Magris en Michnik schrijven vooral tegen de vluchtigheid van de herinnering. Ze zijn voortdurend op zoek naar de nuance, naar de schakering van vaste overtuigingen en vermeende waarheden. In een van zijn meer politieke beschouwingen typeert Magris de opvallendste tegenstrijdigheid van onze tijd als eenwording versus versnippering. Ze verontrust hem. Het politieke totalitarisme mag dood zijn, machthebbers zijn meer dan ooit eerder in staat bevolkingen op te zwepen en tegen elkaar op te zetten. Tegen dit 'zachte', geleidelijke totalitarisme kan men zich alleen verzetten, schrijft Magris, 'door het historisch geheugen te verdedigen, dat dreigt te worden uitgewist, waarna er geen enkel gevoel voor de volheid en de complexiteit van het leven over zou blijven.'

 

Michnik had het kunnen schrijven, en hij heeft het geschreven, in de gevangenissen van dat voorbije, 'harde' totalitarisme. In Uit de belegerde stad zijn diens belangrijkste essays uit de jaren zeventig en tachtig gebundeld. Juist vanwege deze beperking heeft het boek meer cohesie, meer zeggingskracht dan Magris' Langs grenzen. Magris etaleert het volle bereik van zijn stilistische gaven en interesses (romanfragmenten, toneel, reportages, historische essays), terwijl de verzameling van Michniks essays, hoe universeel de vragen die hij stelt ook zijn, beperkt blijft tot diens overzichtelijke strijd voor democratie en zelfbeschikkingsrecht in communistisch Polen.

 

Uit de belegerde stad opent met een uitstekende introductie van Paul Scheffer, een aanzienlijk leesbaarder stuk dan Willem Otterspeers inleiding tot Langs grenzen, dat minstens driemaal ingewikkelder is dan de stukken van Magris zelf, en die zijn al niet gemakkelijk. Scheffer steekt zijn bewondering en sympathie voor Michnik niet onder stoelen of banken, maar aarzelt niet om op sommige concrete punten kritische kanttekeningen te plaatsen. Bovendien vult hij, hoewel maar ten dele, de belangrijkste lacune van het boek: Michniks rol in het huidige Polen, na de val van het communisme. Michnik is de hoofdredacteur van Gazeta Wyborcza, ťťn van Polens belangrijkste kranten. Hij heeft op cruciale momenten zijn invloedrijke stem laten horen. 'Wij de premier; jullie de president', schreef hij kort na de eerste vrije verkiezingen in 1989. Michnik bracht hiermee de steen aan het rollen die eerst in Polen en later elders in oostelijk Europa het machtsmonopolie van de communistische partij brak. Michniks politieke interventies en bijdragen aan de debatten die de Polen het afgelopen decennium hebben beziggehouden (over antisemitisme, over politieke zuiveringen, over de dreiging voor de nationale identiteit die uitgaat van de Europese integratie) ontbreken in Uit de belegerde stad. De keuze voor Michniks 'historische' essays lijkt gerechtvaardigd. De bundel bevat zijn beste werk. Toch roept de keuze onvermijdelijk de vraag op naar de bestendigheid van Michniks opvattingen. Scheffer typeert de spil waaromheen het werk van Michnik draait als het behoud van de relatie tussen politiek en moraal. Hebben dergelijke bespiegelingen in het 'grijze' Polen van vandaag, geregeerd door de capabele, dynamische erfgenamen van de oude orde, hun betekenis verloren? Als dat zo is, dan is Uit de belegerde stad vooral een tijdsbeeld Ė en dat gaat me weer net iets te snel.

 

Geknechte geest

 

Michnik is net als Magris voortdurend in de weer met grenzen, met schijnbaar vaste politieke scheidslijnen en met de mythes en stereotypen die ze voortbrengen en in stand houden. Waar Magris vermeende onveranderlijkheid nuanceert door te wijzen op (verloren) pluriformiteit en diversiteit, hekelt Michnik de veronderstelde zekerheid en de intolerantie van de eigen overtuiging. De vrijheid van de individuele keuze onder uitzonderlijke politieke omstandigheden daar gaat het hem om. Michnik legt zijn lezers de dilemma's voor die de afgelopen twee eeuwen van vreemde bezetting en deling zo typerend zijn geweest voor de Poolse natie, en voor de wijze waarop de Polen zich hun eigen verleden wensen te herinneren. Collaboratie met de bezetter of verzet? Blijven, en vuile handen maken wellicht, of vertrekken, en leven in emigratie, in de luxe van de onbuigzaamheid? Individuele keuzen zijn voor Michnik niet uitsluitend keuzen van personen; ze staan voor de confrontatie van uiteenlopende houdingen, van verschillende werkelijkheden. Michniks echte 'helden' zijn degenen die niet direct kunnen kiezen. De dichter Czeslaw Milosz bijvoorbeeld, die na de oorlog enkele jaren als cultureel attachť op de Poolse ambassade in Washington werkte. Hij wilde en kon geen keuze maken voor of tegen de communistische Poolse staat. Zijn vrienden in de emigratie zagen zijn houding als afvalligheid en verraad. Ze hebben het hem nooit vergeven. Toen Milosz uiteindelijk met tegenzin voor de emigratie koos, bleef hij lang alleen. Hij moet zich vervreemd en ontheemd hebben gevoeld aan beide kanten van de grens. Maar, zo onderstreept Michnik, hij is nooit verblind geweest door haat of belemmerd door onwetendheid. Het heeft Milosz in staat gesteld een van de mooiste boeken over de houding van intellectuelen jegens de communisme staat en ideologie te schrijven: De geknechte geest.

 

Michnik houdt niet van absolute waarheden. Als hij al geen waardering heeft voor het standpunt van andersdenkenden, inclusief degenen die hem bij herhaling opsloten, dan poogt hij er tenminste enig

begrip voor op te brengen, al was het alleen maar om er zijn eigen overtuigingen aan te scherpen. In het communistische Polen stond Michnik voor een opmerkelijke combinatie van kritische standvastigheid en compromis. Als jongeling had hij het communisme de rug toegekeerd. Hoop op verandering van binnenuit had hij laten varen. Michnik richtte zijn boodschap in de loop van de jaren zeventig niet langer tot de communistische machthebbers, maar tot de onderworpen bevolking. Geleidelijk en langs vreedzame weg zouden de Polen zich los moeten maken van de communistische staat. Geen revolte maar zelforganisatie, dat was zijn even eenvoudige als briljante concept. Staken Poolse demonstranten in 1970 nog bureaus van de partij in brand, tien jaar later bleven ze binnen en richtten ze hun eigen Onafhankelijke en Zelfbesturende Vakbond Solidariteit op het begin van het einde van het communisme in oostelijk Europa. De vreedzame omwenteling die zich in 1989 in Polen voltrok was alleen mogelijk vanwege de inschikkelijkheid, de durf en de vasthoudendheid die op cruciale momenten aan beide kanten van de barricaden werden getoond. De bijdrage die Michnik aan de ommekeer in Polen leverde, is zijn belangrijkste historische verdienste. Magris schrijft over geschiedenis; Michnik schrijft geschiedenis.

 

Michnik is het levende bewijs van de onjuistheid van zijn eigen stelling dat de gevangenis een 'bron van wrok en emotie' is die een nuchtere analyse van de werkelijkheid uitsluit. Jarenlang zat hij achter de tralies van het communistische regime (ŗ la polonaise, dus met de gedichten van Milosz en Zbigniew Herbert onder handbereik), maar nooit is hij afgeraakt van het idee dat een politiek compromis uiteindelijk onvermijdelijk zou zijn. Juist die vasthoudende overtuiging van het vergelijk spreekt tot de verbeelding. Michniks 'kritische rol in de openbaarheid vloeit voort uit een diepe verbondenheid met de nationale geschiedenis', schrijft Scheffer. In een land waar de recente geschiedenis, om met Magris te spreken, meer grenzen heeft getrokken dan geslecht, is een dergelijk engagement geen vanzelfsprekendheid, maar een bijzondere verdienste. Weinig in Michniks biografie wees er immers op dat juist hij, zoon van joodse, communistische ouders, militant activist voor en later tegen het communisme, zijn landgenoten er voortdurend aan zou herinneren dat grijs zo'n mooie kleur is niet rood, niet zwart of wit, maar grijs.

 

Claudio Magris: Langs grenzen. Essays, fragmenten en verhalen. Inleiding Willem Otterspeer, vertaling Anton Haakman. Uitgeverij Bert Bakker, 366 blz. f38,60 Adam Michnik: Uit de belegerde stad. Essays. Inleiding Paul Scheffer, vertaling Gerard Rasch. De Bezige Bij, 320 blz. f40,77 Morgen bevat het magazine M een vraaggesprek met Adam Michnik.

www.nrc.nl